Gezondheidsrisico's van het gsm-toestel zelf

Absorptie van de straling

Een deel van de radiogolven uitgezonden door een mobiele telefoon wordt opgenomen door het menselijk hoofd. De radiogolven uitgezonden door een GSM-toestel hebben een piekvermogen tot 2 watt. Andere digitale mobiele technologieën, zoals cdma2000 en D-AMPS, hebben een lager vermogen, doorgaans minder dan 1 watt.

Het maximale vermogen van een mobiele telefoon wordt geregeld door de gsm-standaard die afhangt van land tot land. In de meeste landen controleren de gsm en het basisstation regelmatig de zendkwaliteit en de signaalsterkte van de verbinding tussen gsm-toestel en zendmast. Het vermogen van de straling wordt dan aangepast: in open lucht volstaat een vermogen dat 1000 keer lager is. Op die manier verbruikt de gsm minder energie, en moet de gsm minder vaak opgeladen worden.

Het tempo waarin de straling wordt geabsorbeerd door het menselijk lichaam wordt gemeten door de Specific Absorption Rate (SAR) en de maximumwaarden voor moderne toestellen zijn ingesteld door overheidsinstellingen in vele landen.

In de VS heeft de bevoegde instelling (het FCC) een SAR-limiet van 1,6 W / kg voorgesteld als norm (berekend adhv 1 gram weefsel). In Europa is de limiet 2 W / kg, gemiddeld over een volume van 10 gram weefsel. SAR-waarden zijn sterk afhankelijk van de hoeveelheid weefsel waarover gemeten wordt. Zonder meer informatie over die hoeveelheid zijn vergelijkingen tussen de Europese en Amerikaanse standaarden niet mogelijk.

Je vindt de SAR-gegevens voor specifieke mobiele telefoons ofwel rechtstreeks op de website van de fabrikant, maar websites van derden bieden deze informatie aan.

Thermische effecten

Een goed begrepen effect van gsm-straling is "diëlektrische verwarming", waarbij  een diëlektrische materiaal (zoals levend weefsel) wordt verwarmd door rotaties van polaire moleculen veroorzaakt door het variërende elektromagnetische veld. De werking van een magnetron is gebaseerd op dit effect.

In het geval van een persoon die gebruikmaakt van een gsm zal de hoogste temperatuurswijziging optreden aan de buitenkant van het hoofd, en dit met een fractie van een graad. Deze temperatuurstijging is zo'n 10 keer kleiner dan de opwarming veroorzaakt door de blootstelling van het hoofd aan direct zonlicht.

De bloedsomloop van de hersenen is probleemloos in staat is deze overtollige warmte af te voeren. Het hoornvlies van het oog beschikt evenwel niet over deze temperatuursregeling. Uit experimenten met konijnen blijkt dat na 2 à 3 uur telefoneren met een gsm met een SAR-waarde van 100 à 140 (100 maal meer dan een standaard gsm) katarakt kan optreden.

Niet-thermische effecten

De communicatieprotocollen gebruikt door mobiele telefoons vereisen vaak "gepulste signalen". Hierbij wordt de stralingvoortdurend kortstondig onderbroken. Bij de mobiele GSM telefonie is de pulsfrequentie 217 Hz en de pulsduur een fractie van een milliseconde. Door deze techniek kunnen er meerdere gesprekken per frequentieband plaatsvinden. 

Of deze pulsen van biologische belang zijn is nog niet goed gekend. Sommige onderzoekers hebben aangetoond dat de zogenaamde "niet-thermische effecten" gezien kunnen worden als een normale cellulaire reactie op een stijging van de temperatuur. De stijging van de temperatuur veroorzaakt door deze kleine veranderingen zijn te klein om te worden ontdekt door studies. Meer onderzoek is daarom nog nodig.

Invloed op de bloed-hersen barrière

Zweedse onderzoekers van de universiteit van Lund hebben de effecten van straling op hersenen van ratten onderzocht. Deze straling veroorzaakte een "lek" van albumine in de hersenen via de bloed-hersen barrière. Andere onderzoekers hebben deze experimenten niet bevestigd.

Elektromagnetische overgevoeligheid

Sommige gebruikers van mobiele telefoons melden meerdere aspecifieke symptomen tijdens en na het gebruik ervan; variërend van een brandend of een tintelend gevoel in de hoofdhuid en de ledematen, vermoeidheid, slaapstoornissen, duizeligheid, verlies van geestelijke aandacht, verlaging van de reactietijd, geheugenverlies, hoofdpijn, tachycardie (hartkloppingen), en verstoring van de spijsvertering.

Rapporten hebben opgemerkt dat al deze symptomen ook kunnen worden toegeschreven aan stress en dat de huidige experimenten geen onderscheid kunnen maken tussen stresssymptomen (zgn. "nocebo") en stralingssymptomen.

Genotoxische effecten

Onderzoek gepubliceerd in 2004 door een team van de Universiteit van Athene gaf aan dat er een vermindering was van de voortplantingscapaciteit in fruitvliegjes blootgesteld aan gsm-straling (6 minuten van 900 MHz gepulste straling, dit vijf dagen lang). Na verder onderzoek bleek dat dit effect ook optrad bij 1800 MHz en dat er geen significant verschil was tussen de twee frequenties.

In december 2004 wees een pan-Europese studie genaamd REFLEX (Risk Evaluation of Potential Environmental Hazards from Low Energy Electromagnetic Field (EMF) Exposure Using Sensitive in vitro Methods) uit dat er bij in-vitro culturen DNA-beschadiging optrad bij stralingsniveaus van 0,3 tot 2 Watt/kg, een stralingsniveau dat als "veilig" beschouwd wordt.

Mobiele telefoons en kanker

In 2006 werd een grote Deense studie over het verband tussen gsm-gebruik en de incidentie van kanker gepubliceerd. Deze studie volgde meer dan 420.000 Deense burgers voor 20 jaar lang en toonde geen verhoogd risico op kanker. Het Duitse Federale Bureau voor Stralingsbescherming (BfS) beschouwde dit verslag evenwel als onvolledig.

Om te onderzoeken wat de risico's van kanker zijn voor de gsmgebruiker werd de "Interphone"-studie opgestart, een samenwerking tussen 13 landen. Het idee van die studie is dat kanker tijd nodig heeft om te ontwikkelen, zodat alleen studies over meer dan 10 jaar van belang zijn.

De volgende studies van lange termijn blootstelling zijn gepubliceerd:

  • Een Deense studie (2004) vond geen aanwijzingen voor de ondersteuning van een verband tussen straling en kanker
  • Een Zweedse studie (2005) trekt de conclusie dat "de gegevens  geen geven voor de hypothese dat gsmgebruik gerelateerd is aan een verhoogd risico op glioma of Meningioma."
  • Een Brits onderzoek (2005) trekt de conclusie dat "de studie suggereert dat er geen sprake is van een aanzienlijke risico van oorkanker in de eerste tien jaar na het begin van de gsmgebruik. Een toename van de risico's na de langere termijn kon niet kon worden uitgesloten.
  • Een Duitse studie (2006) die stelt "geen algemeen verhoogd risico op tumors werd waargenomen bij deze gsmgebruikers, maar voor de langere termijn moeten deze resultaten nog worden bevestigd voordat definitieve conclusies kunnen worden getrokken
  • Een gezamenlijke studie uitgevoerd in Noord-Europa: "Hoewel onze algemene resultaten niet wijzen op een verhoogd risico op tumoren moeten de mogelijke risico's na een lange-termijn gebruik verder worden onderzocht voordat definitieve conclusies kunnen worden getrokken.

Slaap-en EEG-effecten

Slapen, EEG en ontwaken werden onderzocht met betrekking tot blootstelling aan gsm-straling. De meerderheid van de tot nu toe verschenen studie vonden een of andere vorm van effect. Terwijl een Finse studie geen enkel effect op de slaap-of andere cognitieve functie van gepulseerde RF-blootstelling vond, blijken uit de meeste andere studies significante effecten op de slaap.

Twee van deze papers vinden het effect alleen bij gepulseerde straling (amplitudemodulatie);

Uit Duits onderzoek uit 2006 bleek dat statistisch significante veranderingen gevonden werden, maar slechts in een relatief laag percentage van de doelgroep (12 - 30%).